Koekoeksklok

Ome Nico die nu zo volledig deze aardse bekommernis heeft verlaten had, zo delen mij diverse experts mee, een karakter en gelaatsuitdrukking die veel met die van mij overeenkomt. Daar kijk ik tot op zekere hoogte van op. Ik word daar niet blij van. Al draag ik deze wetenschap maar manmoedig verder door dit tranendal. Maar het  gaat niet alleen om het uiterlijk, die gelijkenis. Ook om het innerlijk. Dat is pas verontrustend. De Strijardsen munten uit in een merkwaardige verzamelwoede. Mijn vader collectioneerde vele hobbies die hij nooit naar behoren uitoefende maar die wel een geweldige zooi te weeg brachten in huiskamer en gang. Ook de schuur stond vol met ’s mans bijenkorven, al heeft hij nooit echt de vaardigheid van de volledige imker kunnen verwerven. Zo was het ook met zijn duivenmelkerij. Bij ome Nico was iets dergelijks ook gaande. Hij verzamelde van alles zonder eigenlijk te weten waarom. Maar hij had vele uniformen uit de Tweede Wereldoorlog in het ontzagwekkende onderpand hangen aan de Berkelselaan, doch gelukkiger wijze ook delfsblauwe tegeltjes, akelige schilderijen met krijgstaferelen of slecht getroffen boerengezelschappen, glas-in-loodramen en natuurlijk veel vuurwapens. Zonder enige innerlijke samenhang, uiteraard.

 

 

En niks was bruikbaar. Dat was ook zo treffend. Geen klok kon tikken of tijdelijk het uur markeren. Dat alles werd gekoesterd. Nu komt al dagen lang in mij op dat ik, toen ik tien was, een koekoeksklok wilde hebben. Dat komt doordat mij toch weer een groot aantal foto’s zijn geworden via de post waarin de verzamelingen van Nico achtergronddecor zijn. Met ome Nico somber in het midden daarvan. Daar hangt ook een Friese staartklok tussen. En een Schwarzwalder koekoeksklok. Een groot ding. Nodeloos te vermelden dat ze het niet deden, deze instrumenten ter tijdsduiding. Maar juist daarom sneeuwt een zekere vrees mij in wanneer ik mij herinner ook een onbedwingbare hunkering te hebben ontwikkeld voor een koekoeksklok. Reeds op ontoelaatbaar jeugdige leeftijd. Ik spaarde er zelfs voor.

Dat ging goed omdat ik als misdienaar bij bruidsmissen vaak een gulden ontving wanneer ik als misdienaar assisteerde bij de opdracht aan Maria van de bruid bij het Maria-altaar. Dit begrijpt tegenwoordig niemand meer, maar het was een lucratieve bezigheid waarbij de bruid haar ontroering ook nooit machtig was. Ik had die koekoeksklok dus snel bijeen gestuiverd. Ik kocht het wandkleinnood bij de klokkenwinkel op het Strijpse Trudoplein. De koekoek was schor en koekoekte niet echt, maar stiet een schrille wanhoopskreet uit op het hele uur. Om je te barsten te schrikken. Verder heeft dat klokje ook nooit anders gedaan dan de verkeerde tijd aanwijzen. Mijn broer schrok steeds wel van de koekoek wakker gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, dat erken ik en dat was ook mooi, maar ik denk dat het toen al duidelijk moet zijn geweest dat ik niet goed bij mijn hoofd was. Net als ome Nico, die eveneens lang in het Deltaziekenhuis bij Maasoord heeft vertoefd.